„Gekke Noukemeisje”, zegt Casper vertederd. Hij trekt me naar zich toe en kust mijn voorhoofd: „Ik zie je zondag.” Hij geeft me nog een knuffel en neemt dan met een gulle zwaai afscheid. Verbijsterd loop ik terug. Waarom geeft hij nou niet gewoon antwoord? Ik kan me bijna niets meer van die dronken avond herinneren. Hooguit een paar vlagen. De wodka, de broodjes, Lente en mijn noodvoorraad gesuikerde pinda’s, maar niet of ik het nou met Casper heb gedaan of niet.
We hebben afgesproken dat de kinderen nog even bij oma blijven zodat ik even kan uitrusten. Gelukkig komt Lente regelmatig langs om bij te kletsen: „Komen jullie dit weekend hiernaartoe?” vraag ik bij een pot thee. „We gaan met Casper een vakantie voor ons drie uitzoeken.” Ik mag de kortingskaart van Casper gebruiken voor de betere resorts, want ik moet er niet aan denken om nu tussen het plebs te moeten zitten. „Ja, leuk...” antwoordt zij: „wanneer gaan we kijken?” „Zondag”, antwoord ik. „Ohh.” Dat klinkt niet enthousiast. „We gaan een mooi resort uitzoeken”, probeer ik.
Lente knikt en buigt zich over haar rugzak. Ze kijkt me niet aan. Dit bevalt me niet: „Lente..... kijk me eens aan.” Lente laat haar rugzak los en kijkt ongemakkelijk voor zich uit. Ik leg mijn vinger onder haar kin en draai haar gezicht naar mij: „Wat is er?” vraag ik zachtjes. Lente zucht en zegt dan snel en fel: „We gaan zondag met papa naar iemand die belangrijk voor hem is, dus we kunnen niet.” Verbijsterd laat ik haar kin los.
Woedend
Zelfs vijf zonnegroeten helpen zondag niet om aan iets anders te denken dan het kennismakingsetentje. Ik ben nog steeds woedend. Op Bas. En op Sara. Wat een verraad om dat nu al te doen. En zonder dat met mij te overleggen. Ik zie voor me hoe ze nu samen aan haar tafel zitten. Vast van Ikea, want originele smaak heeft ze niet. En aan die tafel zitten ook de kinderen. Mijn kinderen! Yoga helpt niet tegen de woede. Dan maar rennen.
Ik trek mijn hardloopschoenen aan en doe wat rek- en strekoefeningen. Ik begin rustig, na een paar straten voer ik het tempo op. Het gaat lekker, ik versnel mijn pas en ben al snel in het centrum. Ik ren verder. Als ik nu nog deze laan uitren, kom ik bij de weilanden en de nieuwbouwwijk erachter. De wijk waar Sara woont.
Het is al laat als ik weer thuis ben. Ik schiet onder de douche en trek snel iets fleurigs aan. Net op tijd voor de komst van Casper. En zijn kortingskaart. De site waar hij korting krijgt is een lust voor het oog. Het ene resort is nog mooier dan het andere. Wat heerlijk om hiernaartoe te mogen. Ik lees enthousiaste recensies en lovende verhalen. Met plusjes en minnetjes vergelijken we de verschillende resorts. „Deze lijkt mij het beste”, aldus Casper. „Niet te ver vliegen. Uitgebreid pakket. Gespecialiseerd in entertainment voor pubers en hier krijg je met mijn kaart de meeste korting”, besluit hij met een knipoog.
Steen
Ik buig me naar het scherm om beter te kijken, maar word onderbroken door mijn telefoon: „Rotwijf. Had je niets originelers kunnen verzinnen dan een steen door de ruit. Ik haat je”, schreeuwt Bas. Verbaasd hou ik de telefoon bij mijn oor vandaan, terwijl hij doorbuldert. Casper kijkt verstoord op en pakt dan mijn telefoon: „Wat is er?” blaft hij naar zijn broertje. Die valt meteen stil. Ik pak de telefoon weer over: „Bas, het lijkt me beter als je terugbelt als je weer rustig bent en mij kunt vertellen wat er aan de hand is...” „Wat er aan de hand is???” briest Bas: „Dat weet je zelf het beste. Stom wijf.” Ik hang op.
Bas gaat door via de app. Ik kijk er af en toe met een schuin oog naar. Iets over het ziekenhuis en de kinderen langsbrengen. Ik schuif het toestel uit het zicht van Casper en leun wat meer naar hem toe. „Ben jij zelf ook niet aan vakantie toe?” vraag ik terwijl ik zachtjes over de blonde haartjes op zijn onderarm strijk. „Gekkie”, antwoordt hij. „Zo gek is het toch niet”, werp ik tegen: „een ontspannen vakantie zal je goed doen. En de kinderen zijn dol op je. Die vinden het prachtig als je meegaat.”
Ik laat mijn hand verder dwalen over zijn onderarm, via zijn gespierde bovenarmen naar zijn nek. ,,Niet doen”, zegt hij gesmoord. „Jawel”, antwoord ik. Ik schuif steeds dichter naar hem toe. Dan houdt hij het niet meer. Hij draait zijn gezicht naar me toe en drukt zijn mond op de mijne. Ik sla mijn armen om zijn nek en zoen hem terug. Samen glijden we van onze stoel af onder de tafel. Hongerig laat ik mijn handen over zijn lijf glijden, zijn adem gaat steeds sneller, mijn hart bonkt in mijn keel. Niets bestaat meer buiten dit moment.
Dan klinkt er een klap. De keukendeur vliegt met zo’n kracht open dat hij tegen de muur slaat. „Godverdomme! Wat is hier aan de hand?”
Meer VROUW
Wil je niets van VROUW missen? Speciaal voor de trouwste lezeressen versturen we elke dag een mail met al onze dagelijkse hoogtepunten. Abonneer je hier. Verder kun je ons natuurlijk op de voet volgen op TikTok, Facebook en Instagram.
ReagerenHuisregels
