Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
Een Broertje van den Beer
Met toestemming van den schrijver
William J. Long
Uit het Engelsch vertaald door
Cilia Stoffel
Teekeningen van
Charles Copeland
Rotterdam MCMXXI
W. L. & J. Brusse's Uitgeversmaatschappij
INHOUD.
Inleiding
Hoe men 't bekijkt
Een Broertje van den Beer
Whitooweek, de Kluizenaar
Een Geniale Houtsnip
Als Upweekis aan 't jagen is
K'dunk, de Dikkerd
Mooweens hol
De Indiaansche Namen
INLEIDING.
Het doel van dit boekje, voor zoover het een ander doel heeft dan
een mijner eenvoudige genoegens met anderen te deelen, zal in het
hoofdstuk, getiteld: "Hoe men 't bekijkt", worden aangetroffen. De
titel zal verklaard worden in het hoofdstuk: "Een Broertje van
den Beer."
Al deze schetsen zijn uit mijn oude opschrijfboekjes genomen, of
uit mijn eigen geheugen; en de waarnemingen omvatten een tijdperk
van een jaar of dertig--van den tijd af dat ik voor 't eerst door de
bosschen bij huis begon te zwerven met de verbazing en opgetogenheid
van een kind, tot mijn laatsten moeilijken tocht, 's winters in
de Canadeesche wildernis. Sommige hoofdstukken, zooals die over de
Snip en den Waschbeer, geven de eigenaardigheden van allerlei dieren
derzelfde soort; andere, zooals die over den beer en de eidereend
uit het volgende deeltje [1], geven de scherpzinnigheid van sommige
bijzondere dieren weer, die de natuur hoog boven het peil van hun
makkers schijnt te hebben verheven; en in een enkel geval--dat van de
pad--heb ik, terwille van 't verhaal, in één dier de gewoonten van een
stuk of vier, vijf onzer bescheiden helpers, die ik op verschillende
tijden en verschillende plaatsen heb waargenomen, verzameld.
De vreemde namen, die hier voor vogels en andere dieren gebruikt
worden, zijn afkomstig van de Milicete-Indianen, en geven gewoonlijk
een geluid of een eigenaardigheid van 't beest zelf weer. Behalve daar
waar het duidelijk anders vermeld wordt, zijn al deze gebeurtenissen,
is al wat hier is waargenomen onder mijn eigen oogen geschied en
later door andere waarnemers bevestigd. In de verhalen, waarin ik me
stipt aan de feiten hield, heb ik eenvoudig getracht al deze dieren
even belangwekkend voor den lezer te maken, als ze voor mij waren,
toen ik ze ontdekte.
William J. Long.
Stamford, Connecticut, 1903.
HOE MEN 'T BEKIJKT.
Een oude Indiaan, dien ik goed ken, had eens een berin in zijn val
gevangen. Dienzelfden dag was het mannetje van de berin gekomen en
had geprobeerd den zwaarbevrachten stam, die op haar rug was gevallen
en haar verpletterd had, weg te tillen. Toen hem dat niet gelukte, was
hij door de omheining heengebroken, en toen de Indiaan op geruischlooze
voeten aankwam, door een eigenaardig zoemen in de lucht gelokt, zat de
beer naast zijn doode wijfje met haar kop in zijn armen klagend heen
en weer te wiegen. Wie in onzen tijd over de natuur schrijft en eerst
de dierenwereld wil begrijpen om zijn ontdekking daarna met anderen
te deelen, moet twee dingen doen. Hij moet zijn feiten verzamelen, als
't kan uit de eerste hand, en dan deze feiten weergeven naar den indruk
dien ze op eigen hoofd en hart maken, in het licht der omstandigheden
waarmee ze omringd zijn. Het kind zal met zijn dierenverhaal tevreden
zijn, maar de man zal stellig vragen naar 't hoe en waarom van elk
feit uit het dierenleven dat hem bijzonder treft. Want elk feit is
tevens een openbaring, en is vooral belangrijk, niet om zichzelf,
maar om de natuurwet of het leven dat er achter schuilt en waar dat
feit in zekeren zin de uitdrukking van is. Een appel die op den grond
viel, dat was nog wel gewoon--zóó gewoon dat het niet de aandacht
trok, tot iemand er eens over nadacht, en de groote wet ontdekte,
die zoowel den vallenden appel als de vallende ster omvat.
Zoo gaat het ook in de dierenwereld. De gewone dingen, als kleur,
afmeting en uiterlijk, waren al eeuwen opgemerkt, maar wekten weinig
of geen belangstelling, totdat iemand er over ging nadenken en ons
de wet over het ontstaan der soorten gaf. Van de meeste dieren zijn
deze gewone dingen en hun beteekenis nu wel bekend, en het is een
vervelende en ondankbare taak ze nog eens na te gaan. Het ontstaan der
soorten en de wet der zwaartekracht worden nu gemakkelijk gerangschikt
met de stoommachine en de telegraafdraad en andere dingen, die we
meenen te begrijpen. Ondertusschen zijn er onzichtbare stroomingen
in de lucht, die bereid zijn om onze boodschappen over te brengen,
en de zon verspilt dagelijks zooveel kracht op onze domme planeet,
dat al onze machinevuren er overbodig door zouden worden, wanneer
we het maar begrepen. Project Gutenberg
Een Broertje van den Beer
Long, William J. (William Joseph)
3% complete · approximately 3 minutes per page at 250 wpm
3% complete · approximately 3 minutes per page at 250 wpm